Bacheloronderzoek Gijsbert over relatieve beoordelingsmethodiek

Bacheloronderzoek Gijsbert over relatieve beoordelingsmethodiek

Gijsbert heeft onderzoek gedaan naar het gebruik en de gevolgen van de relatieve beoordelingsmethode in aanbestedingen. Hieronder vertelt hij meer over zijn onderzoek.

Mijn naam is Gijsbert van den Engh, 3e jaars student technische bedrijfskunde aan de Universiteit Twente. De afgelopen maanden ben ik gestart met mijn bacheloronderzoek  met supervisie van Jan Telgen en Fredo Schotanus.

Inmiddels zit ik in de laatste fase van mijn onderzoek. Ik heb de afgelopen 3 maanden gegevens van 267 aanbestedingen verzameld. Van deze 267 aanbestedingen is er bij 214 aanbestedingen (5 van PSI) gekozen om één criterium relatief te scoren. Hiervoor heb ik drie verschillende formules geïdentificeerd en vervolgens uiteengezet om voorwaarden en kenmerken te bepalen waarbij een rank reversal veroorzaakt wordt.

Het resultaat is dat bij 29 aanbestedingen (geen enkele van PSI) is aangetoond dat de winnaar bepaald kan worden door een non-competitieve inschrijver. Daarnaast komt het bij 1 van de 86 mogelijke aanbestedingen voor dat niet de oorspronkelijke nummer 2 wint, wanneer de winnaar zich had teruggetrokken.

Daarnaast heb ik wiskundig aangetoond dat de vooraf bedachte wegingsfactoren sterk worden beïnvloed door een inschrijver met de laagste prijs. In zekere zin begint men een loting, waarbij de gang van zaken wel of niet beïnvloed kan worden door een non-competitieve inschrijver. Uit de empirische studie blijkt, dat dit ook zeker een probleem is die zich in de praktijk voordoet.

Persoonlijk vind ik het zeer frappant dat dergelijke scoringsmethodes gebruikt worden. Het lijkt er op dat men zich lange tijd heeft blind gestaard op bepaalde formats die eenvoudig in gebruik zijn, maar tegelijkertijd een bezwaarlijke scoringsfilosofie kennen. Daarnaast ben ik van mening dat men een enorme kans laat varen wanneer er gebruik gemaakt wordt van relatieve scoringsmethodes. Namelijk de kans om de inschrijvers in de juiste prijs- en kwaliteitsrichting te sturen, om zo de best mogelijke aannemer te selecteren.

Gelukkig zijn er scoringsmethodes (ook relatief) waarbij de onderlinge scoringsverschillen tussen inschrijvers niet afhankelijk zijn van de laagste prijs. Ook heb ik bij een aantal geanonimiseerde aanbestedingsprocessen van PSI gezien dat er zeker voldoende inzet wordt getoond om niet bezwaarlijke methodes te gebruiken. Goede voorbeelden zijn het gunnen op waarde en het plegen van zeer uitgebreide marktconsultaties.

Ik wil graag meer weten over het onderzoek van Gijsbert.

5 verhalen die elke aanbestedingsadviseur moet lezen
 

Dit moet je weten over aanbesteden
 

close-link