Taal met fauten

Taal met fauten

Eindelijk is het een beetje voorjaar. Lekker. Een paar dagen met blauwe lucht en met de zon zichtbaar aan de hemel. Met allerlei bomen en struiken die langzaam en haast weifelend groen uitlopen, en met vogels die druk in de weer zijn met nestjes en met eenden en slierten kleine eendjes erachter. Met hier en daar een vrije dag om er ook van te genieten. Om uit te rusten en bij te tanken. De eerste periode in de nieuwe setting bij PSI is boeiend en uitdagend geweest. Als ik terugkijk op afgelopen maanden realiseer ik me dat onze activiteitenplannen en doelen misschien wel iets te ambitieus zijn opgesteld. Jeugdige overmoed, zeg maar. Maar wat ís het leuk, en wat gaat het snel. We maken stappen. In de organisatie voeren we verbeteringen door, in onze opdrachten groeien we, en opdrachtgevers gunnen ons nieuwe opdrachten. En als team ontwikkelen we ook, ondanks de werksituatie waarin we vooral via schermen en telefoon contact hebben.

Zelf leer ik veel bij. Dat gaat ook snel – gelukkig. Mijn collega’s kunnen me veel bijspijkeren. En het helpt dat ik deze tijd in verschillende projecten heb meegewerkt, en in verschillende rollen. Als ik de werkweken langsloop zie ik wel een rode draad in onze ervaringen, een terugkerend thema. En dat is de worsteling met communicatie. Keer op keer blijkt het lastig om elkaar goed te begrijpen. Om vanaf twee kanten elkaar duidelijk te maken wat je bedoelt, nodig hebt, verwacht, gaat doen, vindt, enzovoort. Dat geldt voor de communicatie via telefoon en schermen. Maar nog sterker geldt dat voor schriftelijke communicatie.

Er moet nogal wat gebeuren om effectief te communiceren. Je moet bepalen voor wie of aan wie je schrijft. Je moet je verplaatsen in die persoon of personen. En iedereen brengt zijn eigen woorden en begrippen mee, en hanteert ook nog een eigen duiding van woorden – vaak onbewust. Daar moet je dus rekening mee houden. Of in elk geval moet je dat gegeven overbruggen, van mogelijk verschillende betekenissen voor dezelfde woorden. Als je er zo naar kijkt is het bijna een wonder als partijen erin slagen om elkaar ‘te vinden’ en tot effectieve relaties van dienstverlening te komen, op basis van zoveel schriftelijke communicatie.

Tegen deze achtergrond vond ik het nieuws uit Engeland over taalgebruik wel wonderlijk. De universiteit van Hull (maar ook die van Worcester, en de University of Arts in Londen) gaat in teksten van studenten de fouten tegen regels van spelling, interpunctie en grammatica bewust laten staan. De redenering is dat de taalregels als elitair kunnen worden gezien. En dat toepassing van de regels daarmee strijdig is met de ambities van deze instellingen rondom inclusiviteit. Ik was gelukkig niet de enige die opkeek van dit bericht. Veel lezers hebben op dit bericht gereageerd in kranten en op sociale media, en dan vooral op de argumentatie. Mij gaat het hier niet om dat aspect van de discussies. Mij gaat het om een van de praktische gevolgen die het loslaten van taalregels zou kunnen hebben. Want als effectief communiceren al lastig is wanneer we dezelfde taalregels gebruiken, wordt het dan niet nóg moeilijker elkaar te begrijpen wanneer de regels loslaten? Is effectieve communicatie niet gebaat bij regels en conventies?

Ik denk het wel. En volgens mij zijn veel mensen daarvan overtuigd, als ik kijk naar de hoeveelheid aandacht die er op internet wordt besteed aan onderwerpen als duidelijk taalgebruik en heldere, effectieve communicatie. Dat speelt blijkbaar binnen inkoop, maar ook breder binnen zakelijke dienstverlening én bij de overheid.

Bij PSI gaan we ook weer aan de slag om onze communicatievaardigheden te versterken. Als je over de vaardigheden beschikt en de regels kent, ben je tenminste in staat een keuze te maken in het toepassen ervan. Dus daar blijven we aan werken, en dus gaan we training volgen. Wel wéér een plannetje erbij 😉